
Jurisprudentie
BA6526
Datum uitspraak2007-05-30
Datum gepubliceerd2007-06-06
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers11/992784-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-06-06
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers11/992784-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
10:37 Wmb tenlastegelegd is het zich ontdoen van grof snoeiafval door afgifte aan A b.v. Jaarcontract tussen verdachte en B b.v. bedingt echter eigendomsoverdracht van alle in aanmerking komende partijen snoeiafval van verdachte aan B. b.v. (dochteronderneming van A). Tevens staan de vrachtbrieven van de tenlastegelegde partij snoeiafval op naam van B. b.v.. Vrijspraak.
Uitspraak
RECHTBANK TE DORDRECHT
Parketnummer : 11/992784-06
Datum uitspraak : 30 mei 2007
Strafvonnis van de economische politierechter in de rechtbank te Dordrecht.
1. Onderzoek van de zaak.
In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht tegen
[verdachte]B.V.,
[adres],
[vestigingsplaats],
heeft de economische politierechter in de rechtbank te Dordrecht het navolgende vonnis gewezen.
De economische politierechter heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting d.d. 16 mei 2007 op de grondslag van de tenlastelegging.
Hij heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de verdediging, naar voren gebracht door de verdachte, in deze vertegenwoordigd door de bestuurder van de B.V., en de raadsvrouw van verdachte mr. C. Waling, advocate te 's-Gravenhage.
2. De tenlastelegging.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 29 maart 2006 tot en met 5 april 2006 te
Giessenburg, gemeente Giessenlanden, al dan niet opzettelijk, zich door afgifte aan een ander van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, te weten groenafval en/of snoeihout (grof verkleind), heeft ontdaan, immers heeft zij zich van 2640 kubieke meter groenafval en/of snoeihout (grof verkleind) ontdaan bij [X] B.V. en/of [Y] en/of [Z].
3. De voorvragen
3.1 De geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
3.2 De bevoegdheid van de economische politierechter
Krachtens de wettelijke bepalingen is de economische politierechter bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
3.4 De schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.
4. Het onderzoek ter terechtzitting
4.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert -het tenlastegelegde bewezen achtend- een geldboete van EUR 5000,00, waarvan EUR 2500,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
4.2 De verdediging
De verdediging heeft een bewijsverweer en een strafmaatverweer gevoerd.
5. De bewijsbeslissing
5.1 Vrijspraak
Naar het oordeel van de economische politierechter is niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd, omdat het wettig en overtuigend bewijs terzake ontbreekt.
In het procesdossier (bijlage 21) bevindt zich een ondertekende jaarovereenkomst, ingaande januari 2006, tussen verdachte en [GR] B.V. te Rijswijk, waarvan bestaan en inhoud ter terechtzitting niet door de officier van justitie zijn weersproken. Voornoemde overeenkomst luidt onder meer als volgt:
De afvalstoffen die door u (de economische politierechter begrijpt: [GR] B.V.) van het gronddepot 21 naar een erkende verwerker worden afgevoerd, dragen wij na het uitwegen in eigendom aan u over. Dit houdt in dat bij het verlaten van ons terrein het groenmateriaal eigendom is van [GR] B.V. Dit heeft tot gevolg dat u vanaf het moment van uitwegen de ontdoener bent en het af te voeren materiaal dan ook zodanig geregistreerd dient te worden.
In het procesdossier bevindt zich voorts een aantal begeleidingsbrieven behorend bij afvoer van verdachte naar [Z] (de eigenaar van de gedempte sloot) van hoeveelheden afval uit de partij waarop de tenlastelegging ziet, welke begeleidingsbrieven telkens op naam staan van [GR] B.V.
Het voorgaande lijkt het vermoeden op te roepen dat verdachte zich van het groen-/snoeiafval heeft ontdaan bij [GR] B.V. en niet - zoals tenlastegelegd - bij [X] B.V. en/of [Y] en/of [Z].
Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
6. De beslissing.
De economische politierechter beslist als volgt.
Hij verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Hameete, economisch politierechter,
in tegenwoordigheid van de griffier P.J.F.M. Vermaat,
en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van de economische politierechter op 30 mei 2007.

